Een til is een huisje op een of meer palen. Van oudsher kennen we de duiventillen op grote landgoederen.

Ruim twaalf jaar geleden werden de eerste ‘gierzwaluw-tillen’ geplaatst: een verzameling nestkasten op een hoge paal. In Nederland staan er nu twaalf (negen gierzwaluwtillen en drie ‘faunatorens’) en drie nieuwe zijn in aanbouw, in Akkrum, Den Helder en Neede. Maar werken ze ook? In het kader van de energietransitie zullen in de komende decennia vooral veel oudere woningen, met relatief veel
gierzwaluwnesten, worden gerenoveerd. Hier en daar zal ook een gierzwaluwtil als vervangende broedplaats overwogen worden. Elders zouden ze preventief of als extraatje ingezet kunnen worden. Daarom is het belangrijk om te weten of tillen een goede oplossing zijn. In dit artikel een eerste inventarisatie van ervaringen en resultaten.
Den Helder als pionier
Tien jaar geleden las Fred van Vliet uit Den Helder in het GBN-bulletin (2009-2) over een gierzwaluwtil in München. Daar was in 2007 een gierzwaluwhotel met veertig nestkasten op een paal geplaatst, met bezetting in het jaar daarop. Met behulp van wat bouwvoorschriften die in het artikel werden vermeld ging Fred aan de slag en in 2012 stond in Den Helder de eerste Nederlandse gierzwaluwtil met zestien nestruimtes op een paal van 10 meter. In 2014 werden de eerste slapers waargenomen en in 2019 werden
vijf broedgevallen gemeld. (Update door Jaap Langenbach: in 2020 nog maar 3 paar, in 2021 géén, in 2022 3 paar, daarna geen gegevens bekend; de til lijkt overgenomen door spreeuwen (een andere bedreigde vogelsoort…) die er in het voorjaar graag gebruik van maken. Spreeuwen (vooral als ze met meer zijn) kunnen het gierzwaluwen knap lastig maken.)
Het gaat dus niet zomaar vanzelf goed met een gierzwaluwtil… Hieronder het hele verhaal.
Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming)
Acht tillen zijn gebouwd door lokale werkgroepen of personen zonder dat daarbij sprake was van een wettelijke verplichting in het kader van broedplaatsverlies. Werk van liefhebbers dus, die meer broedplaatsen wilden realiseren. De tillen in Mijnsheerenland en Hallum daarentegen zijn van de gemeente en gebouwd in het kader van een ontheffing op de toenmalige Wet natuurbescherming (Wnb), wegens sloop van gebouwen met broedplaatsen. De til in Puttershoek is gerealiseerd door een projectontwikkelaar, ook in het kader van een ontheffing Wnb wegens broedplaatsverlies.
Paniekvoetbal
Een til kan als oplossing worden aangegrepen om snel aan de wettelijke vereisten te kunnen voldoen. Ze worden kant en klaar geleverd en een locatie is altijd wel te vinden. De bijhorende publiciteit rond de opening is mooi meegenomen voor gemeente of woningbouwcorporatie.
In Mijnsheerenland werden ze met spoed geplaatst op een tijdelijke locatie om met de sloop van woningen te kunnen beginnen. Ook in Hallum was sprake van ‘paniekvoetbal’.
Woningsloop was gepland en er waren 85 nestkasten nodig. Daar zijn niet zomaar geschikte locaties voor te vinden. Een til met 85 kasten moest uitkomst bieden. Tillen kunnen dus worden ingezet om het sloop- en renovatieproces volgens plan te laten verlopen. Onvoldoende specifieke wet- en regelgeving en gebrek aan kennis en ervaring bij ecologen, gemeente, provincie of woningcorporatie leiden tot een grote kans op fouten en mislukte projecten. Die fouten komen overigens ook bij andere kunstnest-voorzieningen nog veelvuldig voor.



Lokgeluiden
Een til is voor gierzwaluwen een onbekend type nestgelegenheid en ze zullen er niet naar zoeken. Het is bekend dat lokgeluid van soortgenoten leidt tot een aanzienlijk grotere kans op ontdekking, Het is niet van alle tillen precies bekend hoe en wanneer er met lokgeluid is gewerkt, maar bij alle tillen is er wel enige tijd lokgeluid toegepast. In Den Helder is ermee gestopt na storing en nadat de eerste invliegers waren gezien. Broedende spreeuwen (dit jaar in acht van de zestien kasten) hebben hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld. In Neede werd de til op de nieuwe locatie zonder lokgeluid bezet; op de oorspronkelijke plek (vlakbij, verplaatst wegens burenklachten) werd wel gelokt. In Hallum is een installatie aanwezig, maar deze heeft mogelijk niet of slechts tijdelijk gewerkt. In Amersfoort is de afgelopen twee jaar niet meer gelokt. Lokgeluid is geen garantie voor (snel) succes. De beschikbaarheid van standaard goed werkende apparatuur is een probleem; op diverse locaties waren er (langdurige) storingen.
Ervaringen in het buitenland
![]() München (DE) | ![]() Cambridge (UK) 3 4 5 | ![]() Trumpington (UK) | ![]() Oxford (UK) |
![]() Warschau (PO) | ![]() Warschau (PO) | ![]() Warschau (PO) | ![]() Beijing (CH) |
De genoemde til in München met veertig kasten was ook in 2019 weer bezet, maar nog steeds met niet meer dan vijf broedgevallen. In Polen zijn meer dan 25 tillen gebouwd. Van tien tillen is de helft bezet, maar met slechts een paar nesten per til. Het blijkt dat andere vogelsoorten er ook gebruik van maken en dit blijkt niet altijd goed samen te gaan met bezetting door gierzwaluwen. Van een serie van dertien identieke zeskantige ‘Jerzynowniki’ tillen met 24 kasten waren er na drie tot vier jaar vijf bezet met
respectievelijk 2, 2, 3, 5 en 6 nesten. Menthol, leverancier van een ander type til, waarschuwt: “locatie is alles”. Ook in het Verenigd Koninkrijk is sinds 2011 een flink aantal tillen gebouwd, bijna altijd voorzien van lokgeluiden. Dick Newell registreert de ontwikkelingen op zijn blog ‘Action for Swifts’ en meldt dat slechts enkele tillen bezet zijn, dat de bezetting vaak jaren duurt en dat het aantal broedsels per til erg laag blijft. Hij vermoedt dat de wat hogere bezettingsgraad in Polen verklaard kan worden door een dichter broedbestand en meer sloop en renovatie. Daar zijn dus veel ‘radeloze daklozen’ op zoek naar een broedplaats.
Bezetting in Nederland
Niet van alle tillen is even duidelijk hoe de monitoring is uitgevoerd. Bij diverse tillen wordt niet systematisch of onvoldoende waargenomen.

De gierzwaluwtillen en faunatorens liggen verspreid in Nederland (zie kaartje hieronder). De aantallen tillen en torens zijn neergezet in de periode 2015-2020 (zie staafgrafiek). Het aantal bezette kasten is slechts een fractie (rond 1%) van de aanwezige kasten in de tillen en torens (zie lijngrafiek hieronder). De genoemde broedgevallen zijn gemeld door de eigenaar of beheerder. Er kunnen kasten bezet zijn waar nog niet gebroed wordt.
Een eerste broedpaar of een slaperspaartje zal ook zonder lokgeluid nieuwe bezettingen uitlokken (kolonievogel). In Den Helder en IJlst zien we daar een begin van maar (nog?) niet in Neede. In Neede zijn er nog er erg veel ‘natuurlijke’ broedplaatsen en kunstnesten beschikbaar, waardoor het nog maar de vraag is of de toren in Neede snel meer paartjes zal huisvesten. In IJlst, Den Helder en Neede worden veel invliegers en vermoedelijke slapers gezien, zodat meer broedgevallen eigenlijk wel verwacht worden. In het buitenland wijst het bezettingsverloop daar echter niet op. In Den Helder is de gierzwaluwtil tegenwoordig bezet door meerdere paartjes spreeuwen die de gierzwaluwen mogelijk weren.
![]() Ligging van gierzwaluwtillen en faunatorens (2021) | ![]() Ontwikkeling aantal gierzwaluwtillen en faunatorens 2010-2021 |
![]() Ontwikkeling van het de totale aantallen kasten en bezette kasten in gierzwaluwtillen en faunatorens in Nederland in de periode 2010-2021 | ![]() Ontwikkeling van de bezettingsgraad per gierzwaluwtil in Den Helder, IJlst, Neede en Zutphen in de periode 2010-2021 |
Prijzige oplossing
De negen ‘pure’ gierzwaluwtillen vergden een investering van € 4.000 tot € 12.000 en gemiddeld circa € 230,- per nestkast. Dat is ruim € 4.000 per broedgeval (totaal vijftien in de negen gierzwaluwtillen). Dat laatste bedrag zou overigens snel kunnen dalen. Als het aantal broedgevallen in 2020 verdubbelt naar zestien (en er geen nieuwe, onbezette tillen bijkomen), is het nog ‘maar’ € 2.700 per broedgeval. De meer gecompliceerde ‘faunatorens’ in Moergestel en Hallum, waarin ook ruimte is voor bijvoorbeeld
vleermuizen en huiszwaluwen, kostten respectievelijk € 17.000 (exclusief 1.600 uren vrijwilligerswerk) en € 25.000.
Voor een totale investering van circa € 115.000 (exclusief soms heel veel vrijwilligerswerk) steeg het aantal nestkasten in de negen gierzwaluwtillen en drie faunatorens naar 461. Maar de bezetting, met in totaal zeventien broedgevallen tot nu toe, waarvan drie mislukt, komt in 2019 met tien broedsels nog steeds niet verder dan een erg magere 2,2%.

Voorlopig geen gierzwaluwtillen?
Alles overziend moeten we, na ruim twaalf jaar ervaring met vele tientallen tillen in binnen- en buitenland, vaststellen dat het er nog niet naar uitziet dat een gierzwaluwtil een goede oplossing zal zijn om gierzwaluwen aan vervangende of aanvullende broedruimte te helpen. De bezetting is erg laag en we moeten ons afvragen of de hoge kosten maatschappelijk verdedigbaar zijn. Het is van belang dat ervaringen en resultaten breed gedeeld worden, zodat initiatiefnemers met meer kans op succes aan de slag kunnen. GBN hoopt van harte dat de tilbeheerders de resultaten goed blijven monitoren, zodat we nieuwe projecten goed kunnen adviseren. Onderdeel van dat advies zal in ieder geval zijn om ook goed te kijken naar de andere, goedkopere voorzieningen (met name neststenen en ook nestkasten) die meer bewezen kans op succes hebben.
Lees verder
Lees meer over de ervaringen van Fred van Vliet met de gierzwaluwtil in Den Helder
Action for Swifts (Actionforswifts.blogspot.com) heeft verschillende berichten over gierzwaluwtillen (in het Engels):
- Een gierzwaluwtil is gemaakt (2011)
- Eerste gierzwaluwtil in Nederland (2013)
- Succesvolle Poolse gierzwaluwtillen (2017)
- Crumlin Gierzwaluwtil – Historie (2019)
- Een nieuwe faunatoren in Lincolnshire (2022)
- Een voorstel voor een ontwerp van een gierzwaluwtil (2023)
Swift Conservation:













