Onder een dakgoot of dakrand hangt een nestkast beschut en grotendeels in de schaduw. Als de overstek groot genoeg is dan is een zuidmuur ook mogelijk. Zorg wel dat het platte gedeelte van de nestkast altijd geheel onder de overstek valt. Een kleine afstand tussen overstek en dakje van de nestkast (1 cm) wordt aangeraden, zo kan er geen vocht tussen blijven hangen en kunnen er geen vogels bovenop de kast gaan zitten. Gierzwaluwen zijn zeer gevoelig voor contactgeluid, waarschijnlijk omdat dat geluid lijkt op dat van zoekers/bangers. Tip: hang de nestkast bij een hoek van het huis/gebouw en/of naast een regenpijp.
Voorbeelden van nestkasten voor onder een dakgoot of overstekende dakrand
Onder een dakgoot of dakrand hangt een nestkast beschut en grotendeels in de schaduw. Als de overstek groot genoeg is dan is een zuidmuur ook mogelijk. Zorg wel dat het platte gedeelte van de nestkast altijd geheel onder de overstek valt. Een kleine afstand tussen overstek en dakje van de nestkast (1 cm) wordt aangeraden, zo kan er geen vocht tussen blijven hangen en kunnen er geen vogels bovenop de kast gaan zitten. Gierzwaluwen zijn zeer gevoelig voor contactgeluid, waarschijnlijk omdat dat geluid lijkt op dat van zoekers/bangers. Tip: hang de nestkast bij een hoek van het huis/gebouw en/of naast een regenpijp.
Hieronder beschrijvingen van:
Model Zeist
Model Zeist-II
Model Oostvoorne / Westvoorne
Model Nijmegen (NL) / Model 31 (UK)
Model Roosendaal (‘schoenendoos’)
Model Zeist
Dit is een erg populair model. Het is vernoemd naar de plek waar Vogelbescherming in Zeist haar gierzwaluwkasten verkocht. De kast heeft een smalle bodem, een naar voren uitstekende voorkant in 2 delen (waarvan het bovenste deel gemakkelijk verwijderd kan worden voor schoonmaken of inspectie) en een platte bovenkant. Vanwege de vele schuine hoeken is het vrij lastig om deze kast zelf te maken.
Er zijn verschillende aanbieders van deze gierzwaluwnestkast in Nederland. Naast natuurlijk Vogelbescherming. De modellen verschillen ook iets. Er zijn varianten met een overstekend dak en voorzijde (aanbevolen), met de voorzijde even breed als het dak (aanbevolen)met een zinken dakje en luikje aan de zijkant (inregenen!) en met een extra anti-zondak. Er is ook een variant in houtbeton beschikbaar.
Deze gierzwaluw-nestkast is veelvuldig opgehangen op kale muren (zonder dakgoot of dakrand er direct boven). Verstoring door mussen of kauwen (die op de dakjes gaan zitten) ligt dan op de loer. Tenzij de gierzwaluwen zo dominant aanwezig zijn (zoals bij de kolonie in Wolfheze) dat andere vogels geen kans maken.
Henk Haans (Tilburg) heeft een extra schuin element geplaatst op het dakje van zijn Zeist-kasten, waardoor er geen vogels op het dak kunnen gaan zitten.
Gerard Redeker (Wolfheze) heeft zijn Zeist-kasten wit geverfd en een isolerend dak gegeven. Ook hier zijn de kasten op een kale muur gemonteerd (afgeraden), maar door de compacte plaatsing, hebben niet alle kasten daar last van. (Overigens zijn alle kasten elk jaar bezet.)
In de UK wordt Model Zeist ook veelvuldig gebruikt. John Simpson uit de UK heeft er al tienduizenden gemaakt. Zie Pagina Action for Swifts van Dick Newell. Hier steekt de schuine bovenzijde over naar de voorkant en naar de zijkanten (minder kans op inregenen: aanbevolen!).
Model Zeist-II
In een poging om de Zeist-kast wat groter te maken, is er een Zeist-II kast gemaakt. Deze kast heeft een voorzijde die verder oploopt dan de oorspronkelijke Zeist-kast.


Model Oostvoorne / Westvoorne
Dit model gierzwaluw-nestkast is gemaakt in Oostvoorne en als eerste uitgeprobeerd in Westvoorne (of andersom). Van opzij gezien is het is een driehoekige kast. Van binnen hebben de gierzwaluwen een vlakke (maar smalle) bodem. Het is een elegant model dat prima past onder een brede dakoverstek (zie foto’s). De lange doorlopende voorzijde is aan de binnenzijde ideaal voor gierzwaluwen om aan te hangen (wat ze ook veelvuldig doen) en voor de jongen om hun vleugelspieren op te kunnen oefenen. Uiteraard helpen de horizontale kerven aan de binnenzijde van de voorkant mee om te kunnen klimmen. Daarmee heeft de kast veel leefruimte, ondanks de smalle bodem.
Als er een daklijst aanwezig is, dan kan de kast op de daklijst gemonteerd worden (met bijvoorbeeld schroefbouten door de daklijst in de muur) en kunnen de zijkanten van de ruimte achter de kast dichtgemaakt worden (zie foto). Zo ontstaat een smalle spleet die geschikt is voor dwergvleermuizen (paarverblijf gewone dwergvleermuis waargenomen).
In het oorspronkelijke ontwerp (in Westvoorne) loopt de voorwand door tot de muur (geen spleet voor vleermuizen), is de invliegopening ovaal en zit deze halverwege de bovenste helft van de voorwand. In een ander ontwerp (in Nijmegen) is de invliegopening halfrond en zit deze onderin de bovenste helft van de voorwand. De bovenste helft kan hierbij verwijderd worden voor controle na het broedseizoen. Doordat de onderste helft van de voorwand tot enkele cm’s boven de inwendige bodem komt, wordt een nest niet tegen de bovenste helft van de voorwand aangeplakt, waardoor het openen van de kast gemakkelijker gaat.
De Gierzwaluw nestkast Model Arcen heeft wel wat weg van Model Oostvoorne. Alleen zit er een extra bodemplankje in waardoor de bodem V-vormig loopt en dat de kast iets kleiner maakt (niet nodig).
Model Nijmegen (NL) / Model 31 (UK)
Dit model gierzwaluw-nestkast is als eerste toegepast in een wijk-project in Nijmegen-Oost. Het is geschikt voor plekken waar de dakgoot of dakoverstek niet zo breed is. De afmetingen zijn precies pas gemaakt op de afstanden tussen de houten teunbalkjes onder de dakgoten. Het model is in feite gelijk aan Model Zeist, alleen loopt de onderzijde van de voorkant van de kast door tot aan het dak. Hierdoor ontstaat ook weer een schuine wand (zie Model Oostvoorne hierboven) waar de gierzwaluwen graag aan gaan hangen en de jongen prima hun vleugelspieren op kunnen oefenen. Uiteraard helpen de horizontale kerven aan de binnenzijde van de voorkant mee om te kunnen klimmen. Hiermee heeft de kast veel meer leefruimte dan de Model Zeist-kast. De steilheid van de voorkant kan gevarieerd worden. Als er minder ruimte is (tot 25 cm diep), kan deze met een hoek van 60° oplopen (tevens Model 31 in de UK). Als er meer ruimte onder de dakrand is (vanaf 30 cm diep), kan de voorzijde van de kast schuiner gemaakt worden (tot 45°). Is dit laatste het geval, dan is er ook plaats voor een Model Oostvoorne-kast (waarbij dan alleen nog de voorzijde en de zijkanten naar beneden verlengd hoeven te worden). De voorzijde is gesplitst in een onderrand (vast) en een bovenrand met het vlieggat (kan losgemaakt worden).
In de UK is een vergelijkbaar model in gebruik als ‘Swift Box Model 31’. Deze kast heeft geen dak; dit wordt gevormd door de bovenhangende overstek of dakgoot. De voorwand bestaat uit slechts één deel. Zie ook Pagina over Model 31 van Action for Swifts (UK)
De gierzwaluw nestkast Model Merkes (in gebruik in België) heeft soortgelijke afmetingen, alleen heeft het een vast voorwand.
Model Roosendaal (‘schoenendoos’)
Dit is al ouder en zeer basaal (schoenendoos-)model voor een gierzwaluw-nestkast: rechthoekig, met een gat aan de voorzijde en een uitstekende achterwand die tegelijkertijd dient voor de montage aan de muur. Eventueel kan een zijwand draaiend worden uitgevoerd (met een spijker vastgezet), zodat erin gekeken kan worden. Uitsluitend geschikt voor onder een overstek, tenzij veel moeite gedaan wordt voor het waterdicht krijgen en beschermen van het dak.
In de UK heeft Action for Swifts een aantal variabelen op het Roosendaal-model bedacht. Zie de beelden hieronder en de pagina van Action for Swifts (UK):
Tenslotte is er in de UK ook een model in gebruik dat ook op een schoenendoos lijkt, maar dan met de opening aan de onderzijde. Hierbij zit de opening altijd tegen de muur, en biedt de muur zelf voor de gierzwaluwen de mogelijkheid om ertegenop de nestkast in te klimmen. Dit is zeer succesvol toegepast door Tim Collins in Rutland (UK). Zie ook de Pagina van Action for Swifts (UK).




































