Een SMP werkt met salderingsgebieden. Dit zijn aaneengesloten gebieden (een wijk of een woonkern) met woningbezit van de SMP-houder (woningcorporatie of gemeente).
Binnen een SMP zijn 2 dingen vastgelegd wat betreft salderingsgebieden:
- Er mag maximaal bijvoorbeeld 25% van alle woningen in een salderingsgebied tegelijkertijd ongeschikt gemaakt zijn voor de beschermde soorten. Dit garandeert dat in de nabijheid van een project altijd geschikte woningen beschikbaar zijn. Soms geldt er een extra voorschrift dat zegt dat er binnen een voor de soort relevant gebied (bijvoorbeeld in een cirkel van 200 m rond een project) ook voldoende geschikte woningen beschikbaar zijn en dat dit aangetoond moet worden.
- Hoewel het streven is om elke woning natuur-inclusief opgeleverd moet worden, geldt de taakstelling niet voor elke woning afzonderlijk, maar voor een salderingsgebied als geheel. Sommige woningen hebben geen ruimte voor inbouw van verblijven, of alleen op minder geschikte plaatsen (bijvoorbeeld alleen op zonnige gevels). In dat geval worden er op andere, meer geschikte woningen méér verblijven ingebouwd. Bijvoorbeeld 5 gierzwaluwkasten op een kopgevel op het oosten of noorden.
De gegevens van een SMP worden bijgehouden in een Salderingsboekhouding of SMP-boekhouding. Dit bevat:
- Welke projecten er zijn uitgevoerd;
- Welke woningen daarbij zijn gerenoveerd;
- Welke onderzoeken in welke projectengebieden zijn uitgevoerd;
- Welke nesten en verblijven in de woningen van die projecten zijn aangetroffen;
- Welke taakstelling er is berekend en gehanteerd (indien aangepast) per soort en zonodig per functie (bij vleermuizen);
- Waar de kasten (en van welk type) er in welke woning zijn ingebouwd (realisatie);
- Welk deel van de woningen per jaar ontmoedigd waren of worden;
- Welke onderzoeken en inspecties zijn uitgevoerd en waar nesten en verblijven zijn gevonden;
- En tenslotte: hoe verhoudt de realisatie zich tot de taakstelling (het saldo per soort en zonodig type verblijf).
Het saldo aan verblijven per salderingsgebied kan als criterium worden gebruikt bij de evaluatie van een SMP. Echter:
- het aantal verblijven zegt nog niet veel of de verblijven geschikt zijn (de juiste afmetingen hebben en op de goede plaats zijn opgehangen);
- het aantal verblijven zegt nog niet veel over het werkelijk in gebruik zijn van die verblijven;
- Als én het saldo positief is, én de maatregelen effectief zijn, én de populaties van de soorten in het SMP niet zijn achteruitgegaan, dan kan een SMP als gunstig beoordeeld worden.
Begin: Onderzoek en bescherming: Soorten Management Plan (SMP)

